Skip to main content

Pierre M. R. Versteegh

1888-1942
1888-1942

Luitenant-kolonel der Koninklijke Marechaussee Versteegh was een vooraanstaande figuur in het landelijke verzet. Hij was een van de leiders van de Ordedienst, die na de bevrijding de orde zou moeten handhaven. Begin september 1941 werd hij verraden en thuis gearresteerd. Samen met 71 andere gevangenen werd Versteegh op 3 mei 1942 in Sachsenhausen geëxecuteerd.

 

Militaire carrière

Pierre Marie Robert Versteegh werd op 6 juni 1888 in Kedung Banteng, Sragen op Centraal–Java geboren. In 1906 startte Versteegh, broer van generaal Willem Versteegh, met zijn militaire opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda.
Nadat hij in 1909 geslaagd was, trad hij als tweede luitenant in dienst bij Koninklijke Marechaussee. In 1919 werd Versteegh aangesteld als commandant van het district Groningen. Hij vervolgde zijn carrière als districtscommandant in Amsterdam en werd commandant van de 4de divisie in Groningen.

De marechaussee bestond grotendeels uit bereden troepen. Officieren hadden hun eigen paard en een districtscommandant had er zelfs twee. Vanaf 1922 deed Versteegh mee aan paardrijwedstrijden met zijn eigen paarden, die hij zelf africhtte. Aanvankelijk nam hij vooral deel aan jacht- en springwedstrijden, later ook aan dressuurwedstrijden.

In 1928 trad Versteegh in Londen in het huwelijk met Emmy Hijmans. Hij was eerder getrouwd geweest met Flora Oudshoorn met wie hij drie kinderen had. Voor Emmy was dit ook een tweede huwelijk. Zij was eerder getrouwd geweest met Floris der Kinderen en had twee kinderen. Mogelijk hebben zij elkaar leren kennen via de paardensport. In 1927 had Versteegh met Emmy’s paard Matador deelgenomen aan springwedstrijden.
Vanaf 1928 woonden Versteegh met zijn tweede vrouw en de vijf kinderen in de Burg. ’s Jacoblaan 16 in Bussum.

Hippische glorietijd

De periode van 1928 tot 1936 was zijn hippische glorietijd. Versteegh werd een springruiter van formaat en sleepte diverse prijzen in de wacht op nationale en internationale hippische toernooien. In de landelijke kranten was zijn deelname aan paardrijwedstrijden goed te volgen.
Hoogtepunt was zijn optreden op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Daar veroverde hij met twee teamgenoten in de landenwedstrijd de bronzen medaille.
Hij was ook present bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. De Nederlandse delegatie presteerde uitstekend. Maar de chauvinistische jury oordeelde dat alle gouden medailles naar Duitse ruiters gingen. Versteegh eindigde als achtste.

Verzet en verraad

In 1937 was Versteegh luitenant-kolonel geworden en divisiecommandant in Groningen. Na de bezetting werd hij teruggeroepen uit Groningen en moest hij zijn paarden inleveren.
In 1940 moesten alle ambtenaren de ariërverklaring ondertekenen. Versteegh weigerde vanwege zijn eigen Indische achtergrond en de joodse afkomst van zijn vrouw. Diezelfde maand vroeg hij ontslag aan uit militaire dienst. Hij was vastbesloten zich zoveel mogelijk tegen de Duitse bezetting te verzetten. Hij meldde zich bij de Ordedienst (OD). De OD was een organisatie van vooral militairen die Nederland wilden voorbereiden op de periode na de bevrijding.

Na de arrestatie van luitenant-kolonel Westerveld, leider van de OD, nam Versteegh zijn plaats in. Versteegh was van mening dat als de OD voldoende wapens zou hebben vergaard en de opbouw van de organisatie zou zijn voltooid, men de strijd zou kunnen aangaan met de Duitsers. De taak die de OD na de bevrijding zou moeten vervullen, werd door Versteegh nauwkeurig beschreven.

Veel vergaderingen vonden bij hem thuis plaats. Een op 12 september 1941 door hem belegde vergadering blies hij op het laatste moment af. Het was hem even ontschoten dat zijn dochter die dag in het huwelijk zou treden. Dit huwelijk vond plaats in Indië, maar was toch reden om ook in huize Versteegh feest te vieren. Die avond werd Versteegh in bijzijn van de feestvierende gasten door twee Nederlandse politiemannen gearresteerd.

Het Proces der 72 

Kamp Amersfoort

Versteegh verbleef ruim zes maanden in de Scheveningse strafgevangenis het Oranjehotel.
Op 12 maart 1942 werd hij samen met een groot deel van de voormalige leiders van de OD naar Kamp Amersfoort gebracht.
Op 27 maart 1942 begonnen de Duitsers in hotel De Witte op de Amersfoortse Berg, vlakbij dit doorgangkamp, een proces tegen in het totaal 86 verzetslieden. De Duitsers deden alsof er sprake was van een eerlijk proces, maar niets was minder waar, al kregen deze verzetsmensen allen een advocaat toegewezen.
Op 3 april 1942 vond het laatste verhoor plaats en pas vijf dagen later werd het vonnis uitgesproken. De uitspraak luidde dat 72 van de 86 aangeklaagden tot hun eigen, grote ongeloof ter dood werden veroordeeld. De meesten van hen waren lid van de Ordedienst.

De hoofdingang van concentratiekamp Sachsenhausen. Von Bundesarchiv, Bild  

Uiteindelijk werden negen van de 72 vonnissen omgezet in levenslange tuchthuisstraf. De groep van 63 terdood veroordeelden werd in zwaar bewaakte overvalwagens naar concentratiekamp Sachsenhausen-Oranienburg gedeporteerd[1]. Daar aangekomen kregen de gevangenen gelegenheid om afscheidsbrieven te schrijven. Alle bij generaal Friedrich Christiansen, Wehrmachtsbefehlshaber in Nederland, ingediende gratie verzoeken werden afgewezen.

Executieplaats (Schiessstand) in Sachsenhausen

 

De volgende morgen, op 3 mei 1942, werden de 63 verzetslieden samen met negen andere gevangenen naar de ‘Schieβstand’ geleid en in groepen van ongeveer twaalf man gefusilleerd. Hun lichamen werden direct daarna gecremeerd. 
Ruim een week later, op 11 mei, volgden nog 24 executies. Onder hen was de Bussumse Tijmen B. Huurman.[2]

Trouw tot in den dood

Weduwe Versteegh-Hijmans bedankte in juni 1942 familie en vrienden voor hun condoleances en steun. “Volmaakte rust en het vaste vertrouwen op een Wederzien kenmerken zijn afscheidsbrief. Vastberaden en met ruiterlijke geest diende hij het oude Wapen, dat hem dierbaar was. Zonder vrees en zonder blaam bleef hij zijn roeping rouw tot in den dood. Zijn lichtend voorbeeld moge ons den weg wijzen”. 

Eerbetoon

Bij de bouw van een naoorlogse wijk in Bussum Zuid is ervoor gekozen om negen straatnamen naar elf verzetsmensen te noemen. De P.M. R. Versteeghstraat is een daarvan.

Bronnen 

  1. Fred Klijndijk, Pierre Marie Robert Versteegh; Luitenant-kolonel der Koninklijke Marechaussee en verzetsman’, november 2016 (brochure i.s.m. de Koninklijke Marechaussee). Klaas Oosterom, Pierre VersteeghBussumsNieuws 17 mei 2017.
  2. Klaas Oosterom, Negen straten vernoemd naar elf verzetsstrijdersBussums Historisch Tijdschrift 36/1 (2020) 20-23
  3. Het Proces der 72 (1942): Nederlandse verzetslieden worden na schijnproces geëxecuteerd in Sachsenhausen. IsGeschiedenis.
  4. Eric de Ruijter, M.R. Versteegh: officier en ruiter,  Bussums Historisch Tijdschrift 24/2 (2008) 27-28

Noten

In Nederland en Oranje van 01-07-1942 wordt in het uitgebreide artikel ‘Doodenappèl van Amersfoort en Maastricht’ uitgebreid verslag gedaan van de laatste dagen van de mannen die veroordeeld waren in het Amersfoortse proces. 

[2] Het is goed mogelijk dat Versteegh en Huurman elkaar kenden. Beiden zetten zich vol in voor Ordedienst en woonden vlak bij elkaar, in de Burg. ’s Jacoblaan en de Jacob Obrechtlaan in Bussum. Beiden werden in september 1941 opgepakt en in 1942 in Sachsenhausen gefusilleerd. Versteegh op 3 mei van dat jaar en Huurman op 11 mei.

Nederland en Oranje van 01-07-1942